historie

Begin jaren '70


Dit was de periode dat er in deze omgeving de specialisatie plaats vond. Van oudsher waren de bedrijven in deze regio gemengt. Dat wil zeggen, de bedrijven bedreven allemaal akkerbouw en hadden een aantal koeien op het deel staan. Scholto Bos (de vader van Tonny) besloot destijds om te specilaiseren naar melkveehouderij.


Deze beslissing was genomen om dat jaren daarvoor in de "Club van Rome" al besloten was dat de productie van voedsel op die plekken moet geschieden waar deze het meest geschikt voor zijn. Scholto Bos vond dat zijn bedrijf en de omgeving waarin deze zich bevond het meest geschikt was voor melkveehoudrij.

1978; vooruitgang in huisvesting


Grote veranderingen waren gaande in de huisvesting van melkvee. Het aanbinden van koeien was niet meer van deze tijd en ook op ons bedrijf werd een stal gebouwd waarin de koeien los konden rondlopen. Een zogenaamde "voer- ligboxenstal" voor 100 dieren werd in 1978 gebouwd. Naast de stal, in het bijgebouw, kwam een nieuwe 2*4 visgraat Westfalia melkstal. Ook kwam in dit gebouw de eenlingboxen voor de kalfjes, een wachtruimte, een ziekenboeg, het tanklokaal en kantoorruimte.


Doordat destijds grond werd verkocht aan de plaatselijke zandafgraving (Botjes zandgat), konden er middelen vrijgemaakt worden om dit te financieren. Aanvankelijk kwamen er 50 koeien in de stal te staan, met het doel om deze met eigen opfok vol te laten groeien.


1978 is tevens het jaar waarin Tonny met Mieke in het huwelijksbootje stapt.

1983 en 1984; grote veranderingen


1983 is een berucht jaar in de melkveehouderij. Melkplassen en boterbergen waren aan de orde van de dag. Het beleid van wijlen Sicco Mansholt had zijn vruchten afgeworpen. Na de Tweede Wereldoorlog was het credo "nooit meer honger" en de productie was zover opgevoerd dat er een overvloed aan voedsel dreigde te komen en instrumenten zijn ontwikkeld om de markt te reguleren. Interventie, exportsubsidies, importheffingen en quotering waren geboren. Alle melkveehouderijbedrijven kregen in 1984 een productiequotum met als refferentiejaar 1983. Na afroming kreeg ons bedrijf een quotum van 325.000 kilogram melk.


Lokaal was 1984 ook een bijzonder jaar. In dit jaar vond namelijk de ruilverkaveling van Nieuw Scheemda plaats en de van oudsher bewerkelijke en lang gerekte heerden werden opnieuw verkaveld. Ons bedrijf kreeg een mooie huiskavel van 42 hectare. Alles was destijds in gebruik als grasland. 

1987; het stokje wordt over gedragen


De laatste jaren stonden in het teken van onderhoud aan de bedrijfsgebouwen en optimalisatie van de melkveehouderij. Het quotum was de laatste jaren niet uitgebreid, omdat er nog altijd sprake van was dat de quotering ieder moment weer kon verdwijnen. Toch was er nog wel een tweede tak op het bedrijf, een stierenmesterij. Alle stiertjes die op het bedrijf geboren werden, werden op het eigen bedrijf afgemest. Hiervoor waren er hokken gebouwd in de oud Oldambster boerderij. Ook het jongvee werd hierin gehuisvest.


Het gezin van Tonny en Mieke had ondertussen ook een vaste vorm aangenomen. In 1979 is eerst Scholto junior geboren en in 1981 kwam Wim daar achteraan. In 1987 gaf Scholto senior aan het wel mooi te vinden en Tonny heeft het bedrijf toen overgenomen.

1996; TJA Bos uw adres voor ronde balen


De jaren verstreken. Het melkquotum was ondertussen wel uitgebreid naar 425.000 kg melk en dit werd volgemolken met 70 melkkoeien. Er moest alleen een keuze gemaakt worden. De stierenmesterij was niet meer rendabel en het machinepark waarmee de ruwvoerwinning gedaan werd, was aan vernieuwing toe. Tot die tijd werd het gras altijd ingekuild in sleufsilo's. Een systeem dat op zich goed beviel. Echter rond die tijd kwam het systeem van ronde balen persen en wikkelen op in Nederland. Voordeel van dit systeem is dat gemakkelijk kleine hoeveelheden ingekuild kunnen worden, met minder mensen. Ook kon gemakkelijker verschillende soorten ruwvoer aan verschillende diergroepen gevoerd worden, zonder dat er meerdere kuilen open lagen met kans op broei.


De kogel ging door de kerk. De stierenmesterij werd gestaakt en er werd geinvesteerd in het nieuwe ronde balen systeem. Om de machines rendabel te maken en om ook een tweede poot onder het bedrijf te houden, werd besloten hier ook loonwerk mee te gaan verrichten. Een succes, want al na twee jaar werd met twee pers-wikkelcombinaties de halve provincie Groningen doorkruist om ronde balen te persen.

2003; de grote verhuizing


Al een paar jaar was duidelijk dat Wim graag boer wilde worden. Ondertussen was de productie op het bedrijf gegroeit naar 530.000 kg eigen melk en 70.000 kg leasemelk. Ook werd er nog volop ronde balen geperst. Toch was de toekomst onzeker voor het bedrijf. De stallen waren ondertussen 25 jaar oud en aan vervanging toe. De maatvoering was dusdanig dat deze stallen niet omgebouwd konden worden naar moderne ligboxenstallen. Daarbij komt dat binnen 100 meter van het bedrijf 7 woningen staan en dus een vergunning van het houden van meer dieren moeilijk werd.


Verschillende scenario's werden bedacht en doorgerekend, alleen de meest rigoreuze, een complete verhuizing en (bijna) verdubbeling, kwam als beste uit de test. In 2001 werd al een vergunning aangevraagd om op eigen land een nieuw bedrijf te bouwen. Uiteindelijk is dit gelukt en in oktober 2003 werden de koeien en jongevee, aangevuld met 50 aangekochte melkkoeien verhuist naar de Klingenweg in Zuidbroek. Op deze locatie zal op korte termijn 1.000.000 kg melk geproduceerd gaan worden. Eind 2003 is de oude boerderij verkocht en aan de landbouw onttrokken. De woning die na het overlijden van Scholto senior bij het bedrijf was gevoegd, werd verbouwd en Tonny en Mieke deden hun intrede in een "burgerwoning". In 2004 is vervolgens een woning bij het nieuwe bedrijf gebouwd, waar Wim in september van de jaar ingetrokken is.


Tevens werd besloten om de loonwerktak te reduceren. 70% van de omzet zat onder 30% van de klanten die zich ook nogeens in de directe omgeving van het bedrijf bevonden. Van de 70% van de klanten werd dus afscheid genomen en 1 pers-wikkelcombinatie werd verkocht. Op deze manier waren het werk en de machines weer rendabeler en kon de focus meer gelegd worden op het melkveehouderijbedrijf.

2006; doorgroeien


Doordat er meer melkkoeien komen op het bedrijf en de mestregels steeds strenger worden was het bedrijf op het punt gekomen dat er te weinig grond onder het bedrijf zat om zelfvoorzienend te zijn. Gelukkig deed de mogelijkheid zich voor om 24 hectare grond in Nieuw Scheemda (op 5 kilometer van het bedrijf) te kopen. Van 42 hectare eigen grond en 5 hectare huurland, werd dit dus 66 hectare eigen grond en 5 hectare huurland.


Aangezien de aangekochte grond om zware kleigrond gaat en voor ons dus eigenlijk alleen maar geschikt zal zijn voor de teelt van gras, wordt krap 14 hectare geruild met zandgrond van een collega akkerbouwer, om de teelt van mais beter mogelijk te maken. Het aandeel mais binnen het bouwplan komt overeen met wat mogelijk is binnen de derogatie. Sinds 2015 is de grond in Nieuw Scheemda volledig grasland.

2008; opening escargotkwekerij Boerenslak


Mieke was altijd betrokken bij het bedrijf en de ontwikkeling daarvan, echter haar intresse lag niet bij koeien danwel bij trekkers. Toch wilde zij altijd al iets voor zichzelf binnen het bedrijf. Op een zeker moment was op de televisie een programma waarin een interview was met een slakkenkweekster en de intresse was gewekt. Mieke nam contact op met de betreffende persoon en het toeval deed zich voor dat dit bedrijf net de activiteiten wilde staken. Mieke kon dus kennis en materialen overnemen en in mei 2008 werd Boerenslak officieel geopend.


In de eerste instantie werd naast het kweken van slakken, welke voor consumptie werden verkocht aan particuleren en restaurants, ook groepen mensen ontvangen. Tijdens een presentatie werd ingegaan op de teelt, het leven en de anatomie van de slak. De eerste jaren ging die best goed, echter de bezoekers aantallen liepen terug en besloten werd om alleen nog te focussen op de teelt. 


Na 10 jaar heeft Mieke besloten om de kwekerij te verkopen. Onder de naam Boerenslak gaat de kwekerij nu nog steeds door, echter niet meer bij ons en door ons. 

2011; wederom een grote stap


Sinds 2009 speelde eigenlijk de discussie: "hoe nu verder?". Het bedrijf kwalificeerden wij als te groot voor 1 en te klein voor 2. Ook Tonny zal op een gegeven momen rustiger aan gaan doen. De vraag was of Wim het dan in zijn eentje wilde rond zetten. Het antwoord was nee. Daarom werd gekeken naar hoe zich zal moeten ontwikkelen om in de toekomst met een medewerker rendabel te kunnen functioneren.


In 2009 was een tien-jaren plan geboren. Dit plan bestaat uit drie delen. 1. De bouw van een jongvee en droge koeienstal om de groei naar 280 melk- en kalfkoeien te kunnen huisvesten. 2. Het melkproces automatiseren om arbeidsefficientie en gemak te bewerkstelligen en om in de toekomst een medewerker "binnen kantooruren" rendabel te maken. En tot slot de bedrijfsovername. Het heeft even geduurt om onze hoofdsponsor te overtuigen van onze goede bedoelingen, maar uiteindelijk is in 2011 de bouw van de nieuwe stal, een uitbreiding van de werktuigenberging en vergroting van de ruwvoeropslag gerealiseerd. 


Gezien de ervaringen met aankoop van vee in het verleden, werd besloten om de groei van 140 naar 280 koeien met eigen opfok te realiseren. Sinds 2010 groeit onze veestapel gemiddeld ieder jaar met 20 koeien. Dit maakt dat volgens het Ministerie van EZ ons bedrijf relatief tot de 100 snelst groeiende bedrijven van Nederland behoord tussen 2010 en 2014.

2013; alles wordt groter


De laatste jaren is het bedrijf zoals hierboven beschreven staat aardig in omvang toegenomen. Dit houdt in dat de melktank uiteindelijk te klein werd en ook het aantal eenlingboxen niet meer toereikend genoeg was. Ook moest er in voorbereiding op het automatisch melken een nieuwe technische ruimte komen.


Na de bouwvak in 2013 ging dus weer eens de schep de grond in om een aanbouw aan de stal te maken. Daarin ruimte voor 21 verrijdbare eenlingboxen, een nieuwe technische ruimte, een melklokaal en een buitentank van 24.000 liter melk. De plek eerst de eenlingboxen waren, wordt nu bij de groepshuisvesting getrokken. De oude technische ruimte en tanklokaal zijn met de omschakeling naar automatisch melken verdwenen.


Het melken in de 2*10 zij aan zij neemt ondertussen bijna 7 uur per dag in beslag. Een grote tijdrovende en fysieke belasting. In ons 10 jaren plan hadden we de omschakeling naar automatisch melken gepland in 2015. Echter de technische resultaten en financiele resultaten lieten toe dat dit een jaar naar voren geschoven kon worden. De zoektocht naar het meest geschikte automatische melksysteem ging al een tijdje onverminderd door. Vele systemen worden bekeken, informatie wordt ingewonnen en bedrijven werden bezocht. Uiteindelijk is de keuze in december 2013 gevallen op een GEA MIone 5-box in combinatie met CowView.

2014; nooit meer melken


Het jaar van de grote omschakeling naar automatisch melken. De eerste twee maanden van het jaar stonden in het teken van het zoeken naar een aannemer, de laatste puntjes op de i wat betreft de tekeningen en de uiteindelijke aanbesteding. In maart ging de sloper dan van start om eerst de vloeren, roosters en muren die niet meer nodig waren eruit te halen. Een behoorlijke klus, want beton is hard. Vervolgens kon er weer opgebouwd worden en begin mei werd de melkrobot op zijn plaats gezet.


18 juni was het dan zover en werden de koeien voor het eerst in de robot gemolken. De omschakeling verliep niet helemaal perfect, aangezien direct door gegaan werd met het afbreken van de oude melkstal en het opbouwen van ligboxen op die plek. Een hoop onrust in de stal dus en dat komt niet ten goede aan een vloeiende omschakeling. De eerste drie weken werden de koeien continu naar de robot begeleid, daarna met steeds langere tussenposen en uiteindelijk moesten verreweg de meeste koeien het dan zelf doen. En... er was een deadline. Eind september zal namelijk een open dag georganiseerd worden en voor die tijd moest alles klaar zijn.


26 september was daar dan de open dag en meer dan 1000 belangstellenden hebben een bezoek gebracht. Een mooi succes en voor ons het einde van een drukke en bewogen periode. Tijd om ons volledig op het bedrijf te richten en niet meer iedere dag bezig te zijn met de verbouwing. Rond de kerst zat de productie weer redelijk onder de koeien en kwam het ritme er lekker in.


Al met al een bijzonder jaar, een mooi jaar en een druk jaar.

2015; het komt eigenlijk nooit uit


Sommige investeringen kun je plannen, anderen komen op je pad. Zo deed eind 2014 de mogelijkheid zich voor dat wij 21 hectare grond van de buurman konden kopen. Een uitbreiding die altijd al op ons verlanglijstje stond, maar toch nog onverwachts langs kwam. Na veel rekenwerk hebben we het rond kunnen zetten. Gelukkig, want nu zijn we weer nagenoeg zelfvoorzienend in ruwvoer en ook voor de mestwetgeving komt het allemaal weer wat gunstiger uit. Met 120 hectare in gebruik en 87 in eigendom redden we ons nu goed.



2016; de Toekomst???


De tijd gaat door. Ondertussen weten we dat we absoluut geen spijt hebben van onze beslissing om automatisch te gaan melken en ook niet van het merk. De bedoeling voor de toekomst is om door te groeien naar het niveau dat de stallen weer optimaal bezet zijn en het optimalisatie proces van de veestapel gaat onverminderd door.


Vooralsnog staat de bedrijfsovername nog op het programma en zijn we op het moment aan het onderzoeken hoe we het best zelfvoorzienend in energie kunnen worden. En dan??? Geen idee. In 2003 dachten we ook dat we klaar waren voor de toekomst, maar het loopt toch anders dan je van te voren bedenkt.